zaterdag 20 december 2014

La vie en rosé


Het is de vrijdag van de eindejaarsborrel. We hebben keihard gewerkt en zijn toe aan wat extra dagen vrij. Leve de kerst! Eindelijk wat meer tijd voor de kinderen en het gezin. Lekker knus samen zijn met de kaarsen aan. Om half vijf stoppen we al met werken. De computers gaan uit en iedereen begeeft zich naar de kantine. Bij de ingang word ik welkom geheten door een knappe kerel van de catering die een dienblad vol champagne vast houdt. Na enkele minuten begint de baas met zijn speech waarbij we eindigen met een toost op een geslaagd jaar. Proost! Na het harde werken van de afgelopen maanden is iedereen nu nogal uitgelaten. Het is dan ook onverwachts gezellig, voor een werk-borrel dan. Ik probeer Teun een berichtje te sturen om hem te vragen of hij de kinderen een keertje van de buitenschoolse opvang kan halen. Ondertussen pak ik nog een rosétje aan van mijn knappe cateringvriend. Hij heeft feilloos in de gaten dat hij bij ons groepje collega’s in de buurt moet blijven. Ik ga naar het toilet en merk dat de glazen wijn me toch wel naar het hoofd zijn gestegen. Niet handig! Als dat opvalt wordt er zeker over geluld. Op mijn mobieltje zie ik dat Teun nog niet heeft gereageerd. Die heeft zelf ook borrel op zijn werk en gaat er natuurlijk weer vanuit dat ik de kinderen regel. Nog één glaasje en dan ga ik mijn lieverdjes zelf wel ophalen. Inmiddels komen ze met borrelhapjes langs die ik per drie van het dienblad gris. Met wat voedsel in mijn maag voel ik me vast minder duizelig.

Een leuk gesprek en twee rosétjes later, begeef ik me richting auto. Maar waar zijn toch die verdomde autosleutels? Ik kiep mijn tas ondersteboven en ga op mijn knieën zitten om mijn sleutels te zoeken en de rest weer in mijn tas te proppen. Mijn baas loopt langs en vraagt me of alles wel oké is. Ik besef me dat ik niet erg professioneel overkom al op de grond zittende terwijl ik mijn lipstick, kauwgom en tampons bij elkaar graai. Ondertussen heb ik wel mijn sleutels gevonden! Dan dient het volgende probleem zich aan. Waar heb ik mijn auto geparkeerd? Ik ga midden op de parkeerplaats staan en hou mijn sleutel in de lucht terwijl ik op ontgrendelen klik. Een paar auto’s verder zie ik de alarmlichten knipperen. Gevonden! Fijn die technologie.

De buitenschoolse opvang is gelukkig bij ons in de straat. Pfff, het is inmiddels al behoorlijk laat zie ik op mijn gouden Breitling. Ik duw het gaspedaal verder in en haast me naar “De Rakkertjes”. Aangekomen bij de opvang krijg ik een afkeurende blik van de leidster. Max en Mirre hebben hun pyjama al aangekregen. De leidster vertelt me dat ze erg moe zijn en ook honger hebben. Zij heeft ze net nog een banaan gegeven om de eerste trek te stillen. Ja, eh druk op het werk, vergadering liep uit, .. stamel ik. Inmiddels staat Max boos kijkend naast me en hangt Mirre huilend aan mijn been. Ik til haar op en loop met mijn twee kinderen naar de auto. “Max, jij kunt jezelf wel vast maken”, spreek ik hem liefdevol toe. Max loopt vermoeid naar de andere kant en klimt in de auto. Ondertussen til ik Mirre in haar stoeltje. Op het moment dat ik haar gordel vastklik, kijk ik haar aan. De grond lijkt onder mijn voeten te verdwijnen. Dit is Mirre niet… maar een blond jochie met wat langer haar. Ik was er vanuit gegaan dat het kind, dat zich aan mijn been klampte, het mijne was. Gauw maak ik hem los en til ik hem uit de auto. Waarom roept dat joch ook niet om zijn moeder. Raar kind! De leidster komt aangerend met Mirre. Ik durf haar niet aan te kijken en met een verhitte wangen pak ik Mirre van haar aan.

Thuisgekomen maak ik gauw wat te eten klaar. Teun is nog nergens te bekennen. De kinderen hebben rode wangen van de slaap en zelf sta ik te draaien op mijn benen. Na het eten breng ik de kleintjes naar bed en plof op de bank. Ik zie nog net het begin van het acht uur journaal en val dan in slaap.

De volgende dag is het gelukkig zaterdag. Rustig aan dus en lekker geen wekker. Die middag hebben we een kerstborrel bij mijn schoonfamilie. Teun heb ik niet durven vertellen hoe de dag ervoor is verlopen. Mijn hoofd bonkt nog na en ik ben misselijk. Maandag na kerst moet ik me weer vertonen bij de naschoolse opvang en bij mijn baas. Gelukkig zit er een weekje tussen en zijn ze het dan misschien vergeten. Binnen bij mijn schoonouders is het een gezellige boel. Mijn schoonvader vraagt me wat ik wil drinken. Hij heeft speciaal voor mij een goede rosé in huis gehaald. 'Rosé bevalt me niet zo goed meer', bedank ik vriendelijk. "Doe mij maar een droge witte."

Jan
Een reactie plaatsen